<$BlogRSDUrl$>

Wednesday, December 10, 2003

Idealisme

De Duitse oma van Iftach woont in een kiboets. Ze is 95 jaar en is een van de oprichters. Trots laat ze foto's uit 1938 zien, waar westerse mensen met frisse, gelukkige gezichten en vol idealen in 1 dag een toren op een heuvel opbouwen en daarmee een veilige plek in het beloofde land stichten. Ze vertelt dat ze nog steeds werkt, in het archief, waar ze foto's van vroeger uitzoekt en er kleine tentoonstellingen mee maakt. Als een kleine kievit loopt ze over het prachtig groen aangelegde terrein, regelmatig respectvol begroet door een van de andere kiboetsim. "Kijk, hier was de kinderopvang, hier de bibliotheek, het kerkhof en daar ons theatertje". Tussen palmbomen staan kleine gebouwtjes, de lucht is knalblauw en overal groeien bloemen.
Maar de meeste gebouwen zijn verlaten. Veel kinderen zijn weggetrokken en komen niet meer terug. Ze geloven niet meer in de socialistische idealen van alles samen delen en iedereen zorgt voor elkaar. Langzaam loopt de kiboets leeg, de gezamenlijke eetzaal is zelfs op de sabbathavond maar voor een kwart gevuld. Het doet Iftachs oma verdriet, dat kun je wel zien. Maar ze praat er niet over. In plaats daarvan neemt ze me trots mee over het land dat stukje bij beetje gekocht is van de arabieren. Ze laat het Friese stamboekvee zien, de gekweekte koi in een eindeloze rij zwembadjes, de dadelbomen, de plasticfabiek en de zoetwatervisvijvers. Ongeloofelijk dat deze mensen dit in 60 jaar vanaf de grond hebben opgebouwd. Het land was kaal en leeg en nu is het groen en vruchtbaar. En dit geldt voor heel Israel. Als je oude foto's ziet, van voor 1948, zie je kale bergen, rotsen en af en toe wat huisjes. Nu is alles volgebouwd. Overal zijn woonflats verrezen. Een dicht wegennet verbindt de steden die bijna in elkaar overgaan, met elkaar. Ik vraag me af waar nieuwe Joodse immigranten zouden moeten wonen. In de woestijn?

Bijbelse plaatsen

Via het meer van Galilei en Nazareth rijden we terug naar Tel Aviv. Zodra ik een glimp van het meer opvang, maakt een vreemde spanning zich van me meester. Het bestaat echt. Dit is het meer uit de bijbelverhalen, waar Jezus over het water liep, broden en vissen deelde en zijn ideeen uitdroeg. Hier heeft het zich afgespeeld, en nu ben ik er. Ik besef ineens hoe oud dit land is, wat zich hier heeft afgespeeld. En de invloed die dit op de hele wereld heeft gehad. Maar als we even uitstappen bij de plek waar Johannes de doper Jezus doopte, raak ik teleurgesteld door de enorme commercie er omheen. De winkel waar je voor hoge bedragen de meest uiteenlopende kruisen, posters en heilige stenen kunt kopen, is nog groter dan de doopplaats zelf. Ook Nazareth blijkt niet hetzelfde kleine plaatsje dat ik er in gedachten van gemaakt had. Het is een grote, grijze, voornamelijk arabische stad en het giet pijpenstelen. We gaan de auto niet uit en terwijl we de stad weer uitrijden hoor ik Iftach opgelucht ademhalen. Hij voelt zich niet op zijn gemak in de steden waar arabieren wonen...

Vrede

Eerder die week was ik met Kate naar Jeruzalem gereisd. We waren laat omdat we lang gepraat hadden in Iftachs appartement en het schemerde al toen we in Jeruzalem aankwamen. De uitermate strenge, vernederende en arrogante controle bij het winkelcentrum riep veel woede in mij op. Wat worden deze mensen geleid door angst. Is dit de vermeende veiligheid die het moet opleveren waard? Is het echt niet mogelijk op een andere manier met terrorisme om te gaan?
Op weg naar de oude stad komen we door de streng religieuze Joodse wijk. De straten zijn gevuld met mannen in het zwart, met onverzorgde baarden en de blikken naar beneden gericht. Ze kijken ons niet aan, want dat leidt de aandacht af van God. Ineens staan we bij de klaagmuur die lang geleden deel uitmaakte van de tweede Joodse tempel. Nadat de Romeinen de tempel hadden verwoest en de stad hadden vernietigd is op die plaats een moskee gebouwd die is uitgegroeid tot een van de belangrijkste bedevaartplaatsen van de Islam. We zwerven door de Joodse en Arabische wijk en lopen een Grieks orthodoxe kerk binnen. Het is er doodstil, en schaars verlicht met kaarsen. We zwerven door de verschillende ruimtes, lopen nieuwe zalen in en belanden uiteindelijk in een soort grot waar een kruis van Jezus hangt. Als we even gaan zitten op een bankje valt de vredige rust in de ruimte op. We voelen ons gelukkig en vol liefde. Stil lopen we deze betoverende plek weer uit. Even buiten de stadsmuur proberen we ons met de lonely planet te orienteren. En dan komen we er achter dat we op de (voor de Christenen) meest heilige plek van Jeruzalem zijn geweest. De plaats waar volgens overleveringen Jezus is gestorven en begraven, de laatste 5 statien van de lijdensweg....

Ik ben inmiddels weer thuis. In het koude Amsterdam waar niemand zich druk maakt om een tas die onbewaakt is achtergelaten. Waar ik zo een warenhuis kan binnenlopen zonder gecontroleerd te worden en waar ik nergens jonge mensen in legerkleding met enorme geweren zie rondlopen. Ik merk dat ik onbewust toch op mijn hoede ben geweest, bewust van mogelijke gevaren. Maar het was geen angst.
Door de gesprekken met veel jonge mensen heb ik meer inzicht gekregen in de situatie en wil ik er alleen maar steeds meer over weten. Het gaat ons allemaal aan, wat daar gebeurt. We leven allemaal op dezelfde planeet, ademen dezelfde lucht in, en weer uit. We zijn allemaal mensen, die gelukkig willen zijn. Laten we daar dan allemaal naar streven.

Wednesday, December 03, 2003

Woestijn

Terug op de universiteit. Het doet me denken aan de KUB in Tilburg. Een moderne campus, studenten die op het gras van de zon genieten of koffie drinken in de koffiehoek. Relaxte sfeer, studentensfeer. Lekker. Ayelet volgt wiskundeles en ik maak even gebruik van de computers die hier staan. Ik ben in de woestijn, in Be'er Sheva. Maar een uur van Tel Aviv vandaan en een heel andere atmosfeer. Cactussen, zand, droge lucht, gele huizen en nog steeds een blauwe lucht.

Op ontdekkingsreis

Vanaf maandag ben ik de wereld buiten buiten Tel Aviv aan het verkennen. En hoewel ik half India alleen ben doorgetrokken, is de eerste stap in je eentje toch weer spannend. Alleen door de straten zwerven, alleen de bus instappen en maar hopen dat de chauffeur je heeft begrepen, alleen een kaartje kopen voor de trein, alleen bij het juiste station ook weer uitstappen. Ach, en eigenlijk valt het ook wel mee. Het is allemaal zo westers hier, en daarmee eigenlijk zo vanzelfsprekend en goed geregeld.

Yair haalt me op van het station en het is alsof we elkaar gister nog zagen. Het gesprek is meteen weer gemakkelijk en diep. Terwijl hij wat monsters afgeeft in het wijkcentrum besef ik dat de Israelisch de kans hebben gekregen 50 jaar geleden dit land vanaf niets op te bouwen zoals zij dachten dat goed was, volgens de nieuwste inzichten en vol met idealistische plannen. Het moet zo spannend geweest zijn om met z'n allen een nieuwe leefgemeenschap op te bouwen. Ze kwamen hier in de hoop een veilige haven te vinden, een plek waar iedereen zichzelf kon zijn, waar vrede heersde, zonder vervolging en uitsluiting. 50 jaar later leven de meeste mensen in angst. Ze wantrouwen alle arabieren, voelen zich aangevallen en niet geaccepteerd als land en hebben het gevoel dat ze zich constant moeten verdedigen.

Grensgedachten

We gaan eerst naar de grens met Libanon. En daar word het me pas echt duidelijk hoe opgesloten de Israelisch zijn. In Nederland rijd je zo over de Belgische grens. Er zijn geen hekken, hoogstens een vernauwde doorgang. De Nederlandse en Belgische douaniers zwaaien vrolijk naar je en je voelt de lichte opwinding van het betreden van een nieuw gebied. Hier zijn de hekken dicht. Niemand passeert deze grens. Want Israelisch zijn niet welkom in Libanon, en een Libanees in Israel is absoluut onmogelijk. Ronddraaiende radars scannen de omgeving af, in de verte ligt een marineboot die 24 uur per dag de zee bewaakt en zwaarbewapende Israelische soldaten houden iedere verdachte beweging nauwlettend in het oog. "Waar zijn de Libanese douaniers", vraag ik Yair. "Hoezo? Libanezen mogen hier helemaal niet komen", antwoordt hij verbaasd. Ik maak stiekem een foto van de grens en besef dat met het bouwen van hekken en muren je niet alleen de vijand buiten houdt, maar ook jezelf opsluit.

"We moeten wel" zegt Yair. "Ze vallen ons aan en wij hebben het recht onszelf te beschermen. Die muur rond de bezette gebieden is goed, het zorgt voor meer veiligheid." Mijn voorstel om de dialoog te zoeken, doet hij af als zeer naief. Ze zijn niet te vertrouwen, de Arabieren, en hebben dat ook uitvoerig bewezen.

Tourist

We rijden naar Akka, een eeuwenoude vestingstad aan de zee. Ik ben de enige tourist in dit prachtige doolhof van smalle straatjes en onverwachte doorgangen. Het plein bij de vissershaven is leeg op een verkoper van granaatappelsap na. "Waar kom je vandaan?" vraagt hij aan mij. Als ik "Holland" antwoord, zegt hij lachend: "kijken, kijken, niet kopen". Touristen komen bijna niet meer naar Israel, terwijl het land zoveel te bieden heeft. Het gaat slecht met de economie, al het geld gaat naar het leger, of naar veiligheid, zoals de Israelisch het noemen. Ik voel me speciaal, maar heb er niet het spannende gevoel bij dat ik normaal heb als ik een niet touristische plek bezoek.

Bahai

In Haifa rennen we omlaag door de prachtig aangelegde Bahaituinen. De tuinen en de tombe waar de tuinen op uitkomen zijn de belangrijkste pelgrimplaats voor Bahai. Je mag er alleen met een gids in, en die heeft een behoorlijk tempo. De tuinen zijn aangelegd tegen een berg. De woeste natuur gaat ongemerkt over in strakke orde waardoor vlinders,bijen en vogeltjes zowel de natuurlijke als de gecultiveerde bloemen en planten bevruchten. Achtien terrassen waarlangs het water zachtjes naar beneden klatert, staan voor de achtien eerste volgers van de Bab. De tuin kwam gereed in 2001 en straalt rust en eenvoud uit. We blijven regelmatig staan om foto's te maken en van het uitzicht te genieten, en telkens worden we weer aangespoord op te schieten en door te lopen. Jammer... maar begrijpelijk.

Terugkomen in Tel Aviv voelt vertrouwd. Terwijl ik met Eran naar een cafeetje rijd, kan ik al aangeven waar we zijn en waar we naartoe gaan. Tel Aviv komt me na Noord Israel wel meer over als een hoofdstad, met de hoge gebouwen en brede boulevards. Maar de sfeer blijft die van een middelgrote stad in Zuid Frankrijk. Mediteraan.

This page is powered by Blogger. Isn't yours?