Wednesday, December 10, 2003
Idealisme
De Duitse oma van Iftach woont in een kiboets. Ze is 95 jaar en is een van de oprichters. Trots laat ze foto's uit 1938 zien, waar westerse mensen met frisse, gelukkige gezichten en vol idealen in 1 dag een toren op een heuvel opbouwen en daarmee een veilige plek in het beloofde land stichten. Ze vertelt dat ze nog steeds werkt, in het archief, waar ze foto's van vroeger uitzoekt en er kleine tentoonstellingen mee maakt. Als een kleine kievit loopt ze over het prachtig groen aangelegde terrein, regelmatig respectvol begroet door een van de andere kiboetsim. "Kijk, hier was de kinderopvang, hier de bibliotheek, het kerkhof en daar ons theatertje". Tussen palmbomen staan kleine gebouwtjes, de lucht is knalblauw en overal groeien bloemen.
Maar de meeste gebouwen zijn verlaten. Veel kinderen zijn weggetrokken en komen niet meer terug. Ze geloven niet meer in de socialistische idealen van alles samen delen en iedereen zorgt voor elkaar. Langzaam loopt de kiboets leeg, de gezamenlijke eetzaal is zelfs op de sabbathavond maar voor een kwart gevuld. Het doet Iftachs oma verdriet, dat kun je wel zien. Maar ze praat er niet over. In plaats daarvan neemt ze me trots mee over het land dat stukje bij beetje gekocht is van de arabieren. Ze laat het Friese stamboekvee zien, de gekweekte koi in een eindeloze rij zwembadjes, de dadelbomen, de plasticfabiek en de zoetwatervisvijvers. Ongeloofelijk dat deze mensen dit in 60 jaar vanaf de grond hebben opgebouwd. Het land was kaal en leeg en nu is het groen en vruchtbaar. En dit geldt voor heel Israel. Als je oude foto's ziet, van voor 1948, zie je kale bergen, rotsen en af en toe wat huisjes. Nu is alles volgebouwd. Overal zijn woonflats verrezen. Een dicht wegennet verbindt de steden die bijna in elkaar overgaan, met elkaar. Ik vraag me af waar nieuwe Joodse immigranten zouden moeten wonen. In de woestijn?
Bijbelse plaatsen
Via het meer van Galilei en Nazareth rijden we terug naar Tel Aviv. Zodra ik een glimp van het meer opvang, maakt een vreemde spanning zich van me meester. Het bestaat echt. Dit is het meer uit de bijbelverhalen, waar Jezus over het water liep, broden en vissen deelde en zijn ideeen uitdroeg. Hier heeft het zich afgespeeld, en nu ben ik er. Ik besef ineens hoe oud dit land is, wat zich hier heeft afgespeeld. En de invloed die dit op de hele wereld heeft gehad. Maar als we even uitstappen bij de plek waar Johannes de doper Jezus doopte, raak ik teleurgesteld door de enorme commercie er omheen. De winkel waar je voor hoge bedragen de meest uiteenlopende kruisen, posters en heilige stenen kunt kopen, is nog groter dan de doopplaats zelf. Ook Nazareth blijkt niet hetzelfde kleine plaatsje dat ik er in gedachten van gemaakt had. Het is een grote, grijze, voornamelijk arabische stad en het giet pijpenstelen. We gaan de auto niet uit en terwijl we de stad weer uitrijden hoor ik Iftach opgelucht ademhalen. Hij voelt zich niet op zijn gemak in de steden waar arabieren wonen...
Vrede
Eerder die week was ik met Kate naar Jeruzalem gereisd. We waren laat omdat we lang gepraat hadden in Iftachs appartement en het schemerde al toen we in Jeruzalem aankwamen. De uitermate strenge, vernederende en arrogante controle bij het winkelcentrum riep veel woede in mij op. Wat worden deze mensen geleid door angst. Is dit de vermeende veiligheid die het moet opleveren waard? Is het echt niet mogelijk op een andere manier met terrorisme om te gaan?
Op weg naar de oude stad komen we door de streng religieuze Joodse wijk. De straten zijn gevuld met mannen in het zwart, met onverzorgde baarden en de blikken naar beneden gericht. Ze kijken ons niet aan, want dat leidt de aandacht af van God. Ineens staan we bij de klaagmuur die lang geleden deel uitmaakte van de tweede Joodse tempel. Nadat de Romeinen de tempel hadden verwoest en de stad hadden vernietigd is op die plaats een moskee gebouwd die is uitgegroeid tot een van de belangrijkste bedevaartplaatsen van de Islam. We zwerven door de Joodse en Arabische wijk en lopen een Grieks orthodoxe kerk binnen. Het is er doodstil, en schaars verlicht met kaarsen. We zwerven door de verschillende ruimtes, lopen nieuwe zalen in en belanden uiteindelijk in een soort grot waar een kruis van Jezus hangt. Als we even gaan zitten op een bankje valt de vredige rust in de ruimte op. We voelen ons gelukkig en vol liefde. Stil lopen we deze betoverende plek weer uit. Even buiten de stadsmuur proberen we ons met de lonely planet te orienteren. En dan komen we er achter dat we op de (voor de Christenen) meest heilige plek van Jeruzalem zijn geweest. De plaats waar volgens overleveringen Jezus is gestorven en begraven, de laatste 5 statien van de lijdensweg....
Ik ben inmiddels weer thuis. In het koude Amsterdam waar niemand zich druk maakt om een tas die onbewaakt is achtergelaten. Waar ik zo een warenhuis kan binnenlopen zonder gecontroleerd te worden en waar ik nergens jonge mensen in legerkleding met enorme geweren zie rondlopen. Ik merk dat ik onbewust toch op mijn hoede ben geweest, bewust van mogelijke gevaren. Maar het was geen angst.
Door de gesprekken met veel jonge mensen heb ik meer inzicht gekregen in de situatie en wil ik er alleen maar steeds meer over weten. Het gaat ons allemaal aan, wat daar gebeurt. We leven allemaal op dezelfde planeet, ademen dezelfde lucht in, en weer uit. We zijn allemaal mensen, die gelukkig willen zijn. Laten we daar dan allemaal naar streven.
De Duitse oma van Iftach woont in een kiboets. Ze is 95 jaar en is een van de oprichters. Trots laat ze foto's uit 1938 zien, waar westerse mensen met frisse, gelukkige gezichten en vol idealen in 1 dag een toren op een heuvel opbouwen en daarmee een veilige plek in het beloofde land stichten. Ze vertelt dat ze nog steeds werkt, in het archief, waar ze foto's van vroeger uitzoekt en er kleine tentoonstellingen mee maakt. Als een kleine kievit loopt ze over het prachtig groen aangelegde terrein, regelmatig respectvol begroet door een van de andere kiboetsim. "Kijk, hier was de kinderopvang, hier de bibliotheek, het kerkhof en daar ons theatertje". Tussen palmbomen staan kleine gebouwtjes, de lucht is knalblauw en overal groeien bloemen.
Maar de meeste gebouwen zijn verlaten. Veel kinderen zijn weggetrokken en komen niet meer terug. Ze geloven niet meer in de socialistische idealen van alles samen delen en iedereen zorgt voor elkaar. Langzaam loopt de kiboets leeg, de gezamenlijke eetzaal is zelfs op de sabbathavond maar voor een kwart gevuld. Het doet Iftachs oma verdriet, dat kun je wel zien. Maar ze praat er niet over. In plaats daarvan neemt ze me trots mee over het land dat stukje bij beetje gekocht is van de arabieren. Ze laat het Friese stamboekvee zien, de gekweekte koi in een eindeloze rij zwembadjes, de dadelbomen, de plasticfabiek en de zoetwatervisvijvers. Ongeloofelijk dat deze mensen dit in 60 jaar vanaf de grond hebben opgebouwd. Het land was kaal en leeg en nu is het groen en vruchtbaar. En dit geldt voor heel Israel. Als je oude foto's ziet, van voor 1948, zie je kale bergen, rotsen en af en toe wat huisjes. Nu is alles volgebouwd. Overal zijn woonflats verrezen. Een dicht wegennet verbindt de steden die bijna in elkaar overgaan, met elkaar. Ik vraag me af waar nieuwe Joodse immigranten zouden moeten wonen. In de woestijn?
Bijbelse plaatsen
Via het meer van Galilei en Nazareth rijden we terug naar Tel Aviv. Zodra ik een glimp van het meer opvang, maakt een vreemde spanning zich van me meester. Het bestaat echt. Dit is het meer uit de bijbelverhalen, waar Jezus over het water liep, broden en vissen deelde en zijn ideeen uitdroeg. Hier heeft het zich afgespeeld, en nu ben ik er. Ik besef ineens hoe oud dit land is, wat zich hier heeft afgespeeld. En de invloed die dit op de hele wereld heeft gehad. Maar als we even uitstappen bij de plek waar Johannes de doper Jezus doopte, raak ik teleurgesteld door de enorme commercie er omheen. De winkel waar je voor hoge bedragen de meest uiteenlopende kruisen, posters en heilige stenen kunt kopen, is nog groter dan de doopplaats zelf. Ook Nazareth blijkt niet hetzelfde kleine plaatsje dat ik er in gedachten van gemaakt had. Het is een grote, grijze, voornamelijk arabische stad en het giet pijpenstelen. We gaan de auto niet uit en terwijl we de stad weer uitrijden hoor ik Iftach opgelucht ademhalen. Hij voelt zich niet op zijn gemak in de steden waar arabieren wonen...
Vrede
Eerder die week was ik met Kate naar Jeruzalem gereisd. We waren laat omdat we lang gepraat hadden in Iftachs appartement en het schemerde al toen we in Jeruzalem aankwamen. De uitermate strenge, vernederende en arrogante controle bij het winkelcentrum riep veel woede in mij op. Wat worden deze mensen geleid door angst. Is dit de vermeende veiligheid die het moet opleveren waard? Is het echt niet mogelijk op een andere manier met terrorisme om te gaan?
Op weg naar de oude stad komen we door de streng religieuze Joodse wijk. De straten zijn gevuld met mannen in het zwart, met onverzorgde baarden en de blikken naar beneden gericht. Ze kijken ons niet aan, want dat leidt de aandacht af van God. Ineens staan we bij de klaagmuur die lang geleden deel uitmaakte van de tweede Joodse tempel. Nadat de Romeinen de tempel hadden verwoest en de stad hadden vernietigd is op die plaats een moskee gebouwd die is uitgegroeid tot een van de belangrijkste bedevaartplaatsen van de Islam. We zwerven door de Joodse en Arabische wijk en lopen een Grieks orthodoxe kerk binnen. Het is er doodstil, en schaars verlicht met kaarsen. We zwerven door de verschillende ruimtes, lopen nieuwe zalen in en belanden uiteindelijk in een soort grot waar een kruis van Jezus hangt. Als we even gaan zitten op een bankje valt de vredige rust in de ruimte op. We voelen ons gelukkig en vol liefde. Stil lopen we deze betoverende plek weer uit. Even buiten de stadsmuur proberen we ons met de lonely planet te orienteren. En dan komen we er achter dat we op de (voor de Christenen) meest heilige plek van Jeruzalem zijn geweest. De plaats waar volgens overleveringen Jezus is gestorven en begraven, de laatste 5 statien van de lijdensweg....
Ik ben inmiddels weer thuis. In het koude Amsterdam waar niemand zich druk maakt om een tas die onbewaakt is achtergelaten. Waar ik zo een warenhuis kan binnenlopen zonder gecontroleerd te worden en waar ik nergens jonge mensen in legerkleding met enorme geweren zie rondlopen. Ik merk dat ik onbewust toch op mijn hoede ben geweest, bewust van mogelijke gevaren. Maar het was geen angst.
Door de gesprekken met veel jonge mensen heb ik meer inzicht gekregen in de situatie en wil ik er alleen maar steeds meer over weten. Het gaat ons allemaal aan, wat daar gebeurt. We leven allemaal op dezelfde planeet, ademen dezelfde lucht in, en weer uit. We zijn allemaal mensen, die gelukkig willen zijn. Laten we daar dan allemaal naar streven.
Wednesday, December 03, 2003
Woestijn
Terug op de universiteit. Het doet me denken aan de KUB in Tilburg. Een moderne campus, studenten die op het gras van de zon genieten of koffie drinken in de koffiehoek. Relaxte sfeer, studentensfeer. Lekker. Ayelet volgt wiskundeles en ik maak even gebruik van de computers die hier staan. Ik ben in de woestijn, in Be'er Sheva. Maar een uur van Tel Aviv vandaan en een heel andere atmosfeer. Cactussen, zand, droge lucht, gele huizen en nog steeds een blauwe lucht.
Op ontdekkingsreis
Vanaf maandag ben ik de wereld buiten buiten Tel Aviv aan het verkennen. En hoewel ik half India alleen ben doorgetrokken, is de eerste stap in je eentje toch weer spannend. Alleen door de straten zwerven, alleen de bus instappen en maar hopen dat de chauffeur je heeft begrepen, alleen een kaartje kopen voor de trein, alleen bij het juiste station ook weer uitstappen. Ach, en eigenlijk valt het ook wel mee. Het is allemaal zo westers hier, en daarmee eigenlijk zo vanzelfsprekend en goed geregeld.
Yair haalt me op van het station en het is alsof we elkaar gister nog zagen. Het gesprek is meteen weer gemakkelijk en diep. Terwijl hij wat monsters afgeeft in het wijkcentrum besef ik dat de Israelisch de kans hebben gekregen 50 jaar geleden dit land vanaf niets op te bouwen zoals zij dachten dat goed was, volgens de nieuwste inzichten en vol met idealistische plannen. Het moet zo spannend geweest zijn om met z'n allen een nieuwe leefgemeenschap op te bouwen. Ze kwamen hier in de hoop een veilige haven te vinden, een plek waar iedereen zichzelf kon zijn, waar vrede heersde, zonder vervolging en uitsluiting. 50 jaar later leven de meeste mensen in angst. Ze wantrouwen alle arabieren, voelen zich aangevallen en niet geaccepteerd als land en hebben het gevoel dat ze zich constant moeten verdedigen.
Grensgedachten
We gaan eerst naar de grens met Libanon. En daar word het me pas echt duidelijk hoe opgesloten de Israelisch zijn. In Nederland rijd je zo over de Belgische grens. Er zijn geen hekken, hoogstens een vernauwde doorgang. De Nederlandse en Belgische douaniers zwaaien vrolijk naar je en je voelt de lichte opwinding van het betreden van een nieuw gebied. Hier zijn de hekken dicht. Niemand passeert deze grens. Want Israelisch zijn niet welkom in Libanon, en een Libanees in Israel is absoluut onmogelijk. Ronddraaiende radars scannen de omgeving af, in de verte ligt een marineboot die 24 uur per dag de zee bewaakt en zwaarbewapende Israelische soldaten houden iedere verdachte beweging nauwlettend in het oog. "Waar zijn de Libanese douaniers", vraag ik Yair. "Hoezo? Libanezen mogen hier helemaal niet komen", antwoordt hij verbaasd. Ik maak stiekem een foto van de grens en besef dat met het bouwen van hekken en muren je niet alleen de vijand buiten houdt, maar ook jezelf opsluit.
"We moeten wel" zegt Yair. "Ze vallen ons aan en wij hebben het recht onszelf te beschermen. Die muur rond de bezette gebieden is goed, het zorgt voor meer veiligheid." Mijn voorstel om de dialoog te zoeken, doet hij af als zeer naief. Ze zijn niet te vertrouwen, de Arabieren, en hebben dat ook uitvoerig bewezen.
Tourist
We rijden naar Akka, een eeuwenoude vestingstad aan de zee. Ik ben de enige tourist in dit prachtige doolhof van smalle straatjes en onverwachte doorgangen. Het plein bij de vissershaven is leeg op een verkoper van granaatappelsap na. "Waar kom je vandaan?" vraagt hij aan mij. Als ik "Holland" antwoord, zegt hij lachend: "kijken, kijken, niet kopen". Touristen komen bijna niet meer naar Israel, terwijl het land zoveel te bieden heeft. Het gaat slecht met de economie, al het geld gaat naar het leger, of naar veiligheid, zoals de Israelisch het noemen. Ik voel me speciaal, maar heb er niet het spannende gevoel bij dat ik normaal heb als ik een niet touristische plek bezoek.
Bahai
In Haifa rennen we omlaag door de prachtig aangelegde Bahaituinen. De tuinen en de tombe waar de tuinen op uitkomen zijn de belangrijkste pelgrimplaats voor Bahai. Je mag er alleen met een gids in, en die heeft een behoorlijk tempo. De tuinen zijn aangelegd tegen een berg. De woeste natuur gaat ongemerkt over in strakke orde waardoor vlinders,bijen en vogeltjes zowel de natuurlijke als de gecultiveerde bloemen en planten bevruchten. Achtien terrassen waarlangs het water zachtjes naar beneden klatert, staan voor de achtien eerste volgers van de Bab. De tuin kwam gereed in 2001 en straalt rust en eenvoud uit. We blijven regelmatig staan om foto's te maken en van het uitzicht te genieten, en telkens worden we weer aangespoord op te schieten en door te lopen. Jammer... maar begrijpelijk.
Terugkomen in Tel Aviv voelt vertrouwd. Terwijl ik met Eran naar een cafeetje rijd, kan ik al aangeven waar we zijn en waar we naartoe gaan. Tel Aviv komt me na Noord Israel wel meer over als een hoofdstad, met de hoge gebouwen en brede boulevards. Maar de sfeer blijft die van een middelgrote stad in Zuid Frankrijk. Mediteraan.
Terug op de universiteit. Het doet me denken aan de KUB in Tilburg. Een moderne campus, studenten die op het gras van de zon genieten of koffie drinken in de koffiehoek. Relaxte sfeer, studentensfeer. Lekker. Ayelet volgt wiskundeles en ik maak even gebruik van de computers die hier staan. Ik ben in de woestijn, in Be'er Sheva. Maar een uur van Tel Aviv vandaan en een heel andere atmosfeer. Cactussen, zand, droge lucht, gele huizen en nog steeds een blauwe lucht.
Op ontdekkingsreis
Vanaf maandag ben ik de wereld buiten buiten Tel Aviv aan het verkennen. En hoewel ik half India alleen ben doorgetrokken, is de eerste stap in je eentje toch weer spannend. Alleen door de straten zwerven, alleen de bus instappen en maar hopen dat de chauffeur je heeft begrepen, alleen een kaartje kopen voor de trein, alleen bij het juiste station ook weer uitstappen. Ach, en eigenlijk valt het ook wel mee. Het is allemaal zo westers hier, en daarmee eigenlijk zo vanzelfsprekend en goed geregeld.
Yair haalt me op van het station en het is alsof we elkaar gister nog zagen. Het gesprek is meteen weer gemakkelijk en diep. Terwijl hij wat monsters afgeeft in het wijkcentrum besef ik dat de Israelisch de kans hebben gekregen 50 jaar geleden dit land vanaf niets op te bouwen zoals zij dachten dat goed was, volgens de nieuwste inzichten en vol met idealistische plannen. Het moet zo spannend geweest zijn om met z'n allen een nieuwe leefgemeenschap op te bouwen. Ze kwamen hier in de hoop een veilige haven te vinden, een plek waar iedereen zichzelf kon zijn, waar vrede heersde, zonder vervolging en uitsluiting. 50 jaar later leven de meeste mensen in angst. Ze wantrouwen alle arabieren, voelen zich aangevallen en niet geaccepteerd als land en hebben het gevoel dat ze zich constant moeten verdedigen.
Grensgedachten
We gaan eerst naar de grens met Libanon. En daar word het me pas echt duidelijk hoe opgesloten de Israelisch zijn. In Nederland rijd je zo over de Belgische grens. Er zijn geen hekken, hoogstens een vernauwde doorgang. De Nederlandse en Belgische douaniers zwaaien vrolijk naar je en je voelt de lichte opwinding van het betreden van een nieuw gebied. Hier zijn de hekken dicht. Niemand passeert deze grens. Want Israelisch zijn niet welkom in Libanon, en een Libanees in Israel is absoluut onmogelijk. Ronddraaiende radars scannen de omgeving af, in de verte ligt een marineboot die 24 uur per dag de zee bewaakt en zwaarbewapende Israelische soldaten houden iedere verdachte beweging nauwlettend in het oog. "Waar zijn de Libanese douaniers", vraag ik Yair. "Hoezo? Libanezen mogen hier helemaal niet komen", antwoordt hij verbaasd. Ik maak stiekem een foto van de grens en besef dat met het bouwen van hekken en muren je niet alleen de vijand buiten houdt, maar ook jezelf opsluit.
"We moeten wel" zegt Yair. "Ze vallen ons aan en wij hebben het recht onszelf te beschermen. Die muur rond de bezette gebieden is goed, het zorgt voor meer veiligheid." Mijn voorstel om de dialoog te zoeken, doet hij af als zeer naief. Ze zijn niet te vertrouwen, de Arabieren, en hebben dat ook uitvoerig bewezen.
Tourist
We rijden naar Akka, een eeuwenoude vestingstad aan de zee. Ik ben de enige tourist in dit prachtige doolhof van smalle straatjes en onverwachte doorgangen. Het plein bij de vissershaven is leeg op een verkoper van granaatappelsap na. "Waar kom je vandaan?" vraagt hij aan mij. Als ik "Holland" antwoord, zegt hij lachend: "kijken, kijken, niet kopen". Touristen komen bijna niet meer naar Israel, terwijl het land zoveel te bieden heeft. Het gaat slecht met de economie, al het geld gaat naar het leger, of naar veiligheid, zoals de Israelisch het noemen. Ik voel me speciaal, maar heb er niet het spannende gevoel bij dat ik normaal heb als ik een niet touristische plek bezoek.
Bahai
In Haifa rennen we omlaag door de prachtig aangelegde Bahaituinen. De tuinen en de tombe waar de tuinen op uitkomen zijn de belangrijkste pelgrimplaats voor Bahai. Je mag er alleen met een gids in, en die heeft een behoorlijk tempo. De tuinen zijn aangelegd tegen een berg. De woeste natuur gaat ongemerkt over in strakke orde waardoor vlinders,bijen en vogeltjes zowel de natuurlijke als de gecultiveerde bloemen en planten bevruchten. Achtien terrassen waarlangs het water zachtjes naar beneden klatert, staan voor de achtien eerste volgers van de Bab. De tuin kwam gereed in 2001 en straalt rust en eenvoud uit. We blijven regelmatig staan om foto's te maken en van het uitzicht te genieten, en telkens worden we weer aangespoord op te schieten en door te lopen. Jammer... maar begrijpelijk.
Terugkomen in Tel Aviv voelt vertrouwd. Terwijl ik met Eran naar een cafeetje rijd, kan ik al aangeven waar we zijn en waar we naartoe gaan. Tel Aviv komt me na Noord Israel wel meer over als een hoofdstad, met de hoge gebouwen en brede boulevards. Maar de sfeer blijft die van een middelgrote stad in Zuid Frankrijk. Mediteraan.
Friday, November 28, 2003
Zomerweer
Nou, daar zit ik dan, in "wereldstad" Tel Aviv. De lucht is knalblauw, de temperatuur zeer aangenaam (zo'n 21 graden) en de drukte energiek. Helemaal niet wat ik had verwacht. Ik had gedacht chaos aan te treffen. Rennende mensen in business suits, hoge wolkenkrabbers, toeterende auto's, druk gebarende taxichauffeurs en veel kapotgeschoten gele huizen. Stof, grauwigheid en angst. Niets van dat alles. De sfeer is erg relaxed, de straten tamelijk rustig en het is mooil groen tussen de huizen. Het lijkt op een middelkleine mediterane stad in, zeg, Spanje of Frankrijk. Aan de zee, met prachtige stranden, brede boulevards en hoge, architectonische penthouses, is het ook rustig. Een paar mensen genieten van de zon, zwemmen wat of zijn aan het kite surfen. Het licht is prachtig en het lijkt alsof het hier nooit bedreigend is geweest.
Schijn bedriegt want inmiddels ben ik door Iftach en Nir al vele malen gewezen op de plekken waar aanslagen hebben plaatsgevonden. Op die hoek daar, bij dat restaurant, in deze straat en daar op de boulevard bij het dolfinarium. Kleine gedenktekens getuigen van het leed. Ze gaan op in het stadsbeeld als een soort vanzelfsprekendheid in het tamelijk rustige straatleven. En als ik even wat beter kijk, zie ik ook bij ieder winkelcentrum en elke bank een veiligheidsman staan, klaar om je tas te checken.
Drukte
Ok, vandaag is het vrijdag, een vrije dag in Israel. Vandaag is het veel drukker op straat. Vooral veel flanerende jeugd in broeken zo laag uitgesneden dat Britney er nog jaloers op zou zijn. Zowel Iftach als Nir verzekerden me dat dit voor mannen zeer sexy is. Ik zie de meisjes alleen maar de hele tijd onhandig aan hun korte truitjes trekken, nog niet gewend aan zoveel tentoongesteld bloot. Iedereen ziet er casual gekleed uit, bijna tegen het onverzorgde aan. En ik voel me wel op mijn gemak in het sfeertje dat veel wegheeft van casual Amsterdam.
De markt is gevuld met mensen die hun laatste inkopen doen voor sabbath. Kooplui proberen op allerlei manieren aandacht te trekken. Eigenlijk net als overal ter wereld. India, Turkije, Holland of Israel, op de markt maakt het niet meer uit waar je bent en waar je vandaan komt. De principes, de sfeer en de dynamiek is overal gelijk.
Toch bekroop me even het gevoel van angst. Wat als er hier een aanslag plaatsvindt? Maar niemand lijkt zich druk te maken. De straten zijn gevuld, iedereen is relaxed (sababa) en op de vele terasjes wordt volop genoten van de zon en de Israelische lekkernijen. Hoewel... als we bij Iftachs scooter komen staat daar een tas, schijnbaar onbeheerd. Even springt mn hart op: een onbeheerde tas betekent angst, misschien zit er een bom in. Mensen bellen onmiddelijk de politie als ze er een zien, en blijven vervolgens zover mogelijk uit de buurt. Maar de tas is van een meisje dat even verderop flyers staat uit te delen.
Vlucht
Veiligheid, daar draait het in Israel vooral om. Hoe kunnen we ons zo goed mogelijk tegen de boze buitenwereld en die vervelende arabieren beschermen. Op Schiphol werd ik er op een vervelende manier mee geconfronteerd. In Nederland, mijn eigen land, word ik bijna als terrorist behandeld. Mijn hele tas word leeggehaald, alles gescanned en zelfs mijn schoenen moet ik uitdoen om te laten onderzoeken. En dit ondergaan vrijwel alle Nederlanders op mijn El Al vlucht. We lachen er maar een beetje om, maar klagen ook over de arrogantie en de onverschillige lompheid waarmee het gebeurt. Goed, fijn dat ze over onze veiligheid waken, maar kan dat niet met wat meer respect en inlevingsvermogen voor de vervelende tijd die ze ons geven?
In het vliegtuig zelf was het personeel echter superaardig en terwijl ik luisterde naar de mij intussen bekende hebreeuwse klanken om mij heen vloog de reis voorbij.
Bruiloft
Inmiddels heb ik er ook al weer een Joodse bruiloft op zitten. Het leek een grote tv-show, compleet met camera's, een enorm buffet voor 400 man, videofragmenten en geregiseerde momenten. De bruid was het buurmeisje van Iftachs ouders en Zufit, Iftachs zusje, wist me te vertellen dat hij (van Marokaans Joodse afkomst) heel gek op haar (Rusisch) was, maar dat zij lang en vaak had getwijfeld. Iets wat mij niet verbaasde door de lichaamssignalen die ik inmiddels al had opgevangen. En nu zetten ze uiteindelijk toch maar de grote stap. Met veel bombarie, twee dj's, een enorme tent vol lichtshows, lasers en vuurwerk en drank en eten in overvloed. Van Yair hoorde ik vandaag dat 50% van de huwelijken in Tel Aviv weer strandt.... Maar ik heb toch genoten van de uitbundige Joodse manier van feestvieren.
Warmte
Het is goed om de mensen die ik India heb ontmoet, hier, in hun eigen land weer tegen te komen. Het is alsof ik ze gister nog gedag heb gezegd. Iedereen ontvangt me vol warmte en enthousiasme. En ook de nieuwe mensen die ik via hen leer kennen, zijn geinteresserd en vriendelijk. Het is makkelijk om zo de draad weer op te pakken en ik voel me hierdoor makkelijk thuis. Vanaf zondag ga ik wat meer van het land ontdekken. Yair bezoeken in Haifa ten noorden van Tel Aviv en naar Alva en Ayelet in Ber Sheeva. En Iftach neemt me nog mee naar de kiboets van zijn oma. De discussies zijn nog vrij low profile, hoewel de emoties even oplaaiden bij het monument van de vermoorde president Rabin. Ik snap niet dat zijn eigen volk hem heeft vermoord, terwijl hij juist vrede wilde en daar alles voor deed. Iftach probeert me een andere kant te laten horen, maar ik wil er niets van weten. Moord is niet goed te praten, nooit, voor niemand.
Nou, daar zit ik dan, in "wereldstad" Tel Aviv. De lucht is knalblauw, de temperatuur zeer aangenaam (zo'n 21 graden) en de drukte energiek. Helemaal niet wat ik had verwacht. Ik had gedacht chaos aan te treffen. Rennende mensen in business suits, hoge wolkenkrabbers, toeterende auto's, druk gebarende taxichauffeurs en veel kapotgeschoten gele huizen. Stof, grauwigheid en angst. Niets van dat alles. De sfeer is erg relaxed, de straten tamelijk rustig en het is mooil groen tussen de huizen. Het lijkt op een middelkleine mediterane stad in, zeg, Spanje of Frankrijk. Aan de zee, met prachtige stranden, brede boulevards en hoge, architectonische penthouses, is het ook rustig. Een paar mensen genieten van de zon, zwemmen wat of zijn aan het kite surfen. Het licht is prachtig en het lijkt alsof het hier nooit bedreigend is geweest.
Schijn bedriegt want inmiddels ben ik door Iftach en Nir al vele malen gewezen op de plekken waar aanslagen hebben plaatsgevonden. Op die hoek daar, bij dat restaurant, in deze straat en daar op de boulevard bij het dolfinarium. Kleine gedenktekens getuigen van het leed. Ze gaan op in het stadsbeeld als een soort vanzelfsprekendheid in het tamelijk rustige straatleven. En als ik even wat beter kijk, zie ik ook bij ieder winkelcentrum en elke bank een veiligheidsman staan, klaar om je tas te checken.
Drukte
Ok, vandaag is het vrijdag, een vrije dag in Israel. Vandaag is het veel drukker op straat. Vooral veel flanerende jeugd in broeken zo laag uitgesneden dat Britney er nog jaloers op zou zijn. Zowel Iftach als Nir verzekerden me dat dit voor mannen zeer sexy is. Ik zie de meisjes alleen maar de hele tijd onhandig aan hun korte truitjes trekken, nog niet gewend aan zoveel tentoongesteld bloot. Iedereen ziet er casual gekleed uit, bijna tegen het onverzorgde aan. En ik voel me wel op mijn gemak in het sfeertje dat veel wegheeft van casual Amsterdam.
De markt is gevuld met mensen die hun laatste inkopen doen voor sabbath. Kooplui proberen op allerlei manieren aandacht te trekken. Eigenlijk net als overal ter wereld. India, Turkije, Holland of Israel, op de markt maakt het niet meer uit waar je bent en waar je vandaan komt. De principes, de sfeer en de dynamiek is overal gelijk.
Toch bekroop me even het gevoel van angst. Wat als er hier een aanslag plaatsvindt? Maar niemand lijkt zich druk te maken. De straten zijn gevuld, iedereen is relaxed (sababa) en op de vele terasjes wordt volop genoten van de zon en de Israelische lekkernijen. Hoewel... als we bij Iftachs scooter komen staat daar een tas, schijnbaar onbeheerd. Even springt mn hart op: een onbeheerde tas betekent angst, misschien zit er een bom in. Mensen bellen onmiddelijk de politie als ze er een zien, en blijven vervolgens zover mogelijk uit de buurt. Maar de tas is van een meisje dat even verderop flyers staat uit te delen.
Vlucht
Veiligheid, daar draait het in Israel vooral om. Hoe kunnen we ons zo goed mogelijk tegen de boze buitenwereld en die vervelende arabieren beschermen. Op Schiphol werd ik er op een vervelende manier mee geconfronteerd. In Nederland, mijn eigen land, word ik bijna als terrorist behandeld. Mijn hele tas word leeggehaald, alles gescanned en zelfs mijn schoenen moet ik uitdoen om te laten onderzoeken. En dit ondergaan vrijwel alle Nederlanders op mijn El Al vlucht. We lachen er maar een beetje om, maar klagen ook over de arrogantie en de onverschillige lompheid waarmee het gebeurt. Goed, fijn dat ze over onze veiligheid waken, maar kan dat niet met wat meer respect en inlevingsvermogen voor de vervelende tijd die ze ons geven?
In het vliegtuig zelf was het personeel echter superaardig en terwijl ik luisterde naar de mij intussen bekende hebreeuwse klanken om mij heen vloog de reis voorbij.
Bruiloft
Inmiddels heb ik er ook al weer een Joodse bruiloft op zitten. Het leek een grote tv-show, compleet met camera's, een enorm buffet voor 400 man, videofragmenten en geregiseerde momenten. De bruid was het buurmeisje van Iftachs ouders en Zufit, Iftachs zusje, wist me te vertellen dat hij (van Marokaans Joodse afkomst) heel gek op haar (Rusisch) was, maar dat zij lang en vaak had getwijfeld. Iets wat mij niet verbaasde door de lichaamssignalen die ik inmiddels al had opgevangen. En nu zetten ze uiteindelijk toch maar de grote stap. Met veel bombarie, twee dj's, een enorme tent vol lichtshows, lasers en vuurwerk en drank en eten in overvloed. Van Yair hoorde ik vandaag dat 50% van de huwelijken in Tel Aviv weer strandt.... Maar ik heb toch genoten van de uitbundige Joodse manier van feestvieren.
Warmte
Het is goed om de mensen die ik India heb ontmoet, hier, in hun eigen land weer tegen te komen. Het is alsof ik ze gister nog gedag heb gezegd. Iedereen ontvangt me vol warmte en enthousiasme. En ook de nieuwe mensen die ik via hen leer kennen, zijn geinteresserd en vriendelijk. Het is makkelijk om zo de draad weer op te pakken en ik voel me hierdoor makkelijk thuis. Vanaf zondag ga ik wat meer van het land ontdekken. Yair bezoeken in Haifa ten noorden van Tel Aviv en naar Alva en Ayelet in Ber Sheeva. En Iftach neemt me nog mee naar de kiboets van zijn oma. De discussies zijn nog vrij low profile, hoewel de emoties even oplaaiden bij het monument van de vermoorde president Rabin. Ik snap niet dat zijn eigen volk hem heeft vermoord, terwijl hij juist vrede wilde en daar alles voor deed. Iftach probeert me een andere kant te laten horen, maar ik wil er niets van weten. Moord is niet goed te praten, nooit, voor niemand.
Monday, November 24, 2003
Nog 1 nachtje slapen
Morgen stap ik in het vliegtuig. Net in de krant gezien dat het er zo'n 25 graden is. Ongelooflijk als je hier de regen op je lijf voelt. Ik loop al bijna twee maanden in winterkleren, terwijl daar nog zomerse temperaturen heersen. Heb het boek van Een ander Joods geluid gekocht en lees nu over de geschiedenis van Israel. Alle discussies die ik in India heb gehad krijgen ineens een andere betekenis, het wordt allemaal meer ingekleurd, logischer. Ik zie niet meer een Palestijnse kant of een Israelische, ik zie alle kanten tegelijkertijd. Ik vraag me nog af waarom de kolonisten juist in de Gazastrook zich wilden settelen. Ik weet dat Sharon de vestigingen die strategisch op heuvels zijn gebouwd, ziet als een soort verdedigingslinie. Maar als kolonist zou ik niet in een verdedigingslinie willen wonen. Ik ga het navragen. Morgen, of overmorgen...
Morgen stap ik in het vliegtuig. Net in de krant gezien dat het er zo'n 25 graden is. Ongelooflijk als je hier de regen op je lijf voelt. Ik loop al bijna twee maanden in winterkleren, terwijl daar nog zomerse temperaturen heersen. Heb het boek van Een ander Joods geluid gekocht en lees nu over de geschiedenis van Israel. Alle discussies die ik in India heb gehad krijgen ineens een andere betekenis, het wordt allemaal meer ingekleurd, logischer. Ik zie niet meer een Palestijnse kant of een Israelische, ik zie alle kanten tegelijkertijd. Ik vraag me nog af waarom de kolonisten juist in de Gazastrook zich wilden settelen. Ik weet dat Sharon de vestigingen die strategisch op heuvels zijn gebouwd, ziet als een soort verdedigingslinie. Maar als kolonist zou ik niet in een verdedigingslinie willen wonen. Ik ga het navragen. Morgen, of overmorgen...
Monday, October 06, 2003
Weer op reis
Gister heb ik een ticket geboekt naar Israel. Spannend, wat wacht me daar. In ieder geval Iftach, bij wie ik twee weken zal logeren. Maar ook Yair, Ayelet, Alva, Nir en al die andere interessante mensen die ik in India ben tegengekomen. Het voelt alsof het zo moet zijn. Alsof ik altijd al naar Israel heb moeten gaan. Klinkt misschien gek maar alles werkt samen om me te laten gaan. Ik heb een goedkope ticket gevonden, terwijl de prijzen in eerste instantie allemaal 200 euro hoger lagen, Iftach heeft op hetzelfde moment een appartement gevonden (een van de voorwaarden om te kunnen komen) en mijn geld is alsnog vrijgvallen waardoor ik ruim 700 euro meer heb.
Het beloofde land, Jeruzalem, de klaagmuur, de sinaii, zee, zon, zand, Tel Aviv, kiboetses en Iftach... Ik heb er zin in
Gister heb ik een ticket geboekt naar Israel. Spannend, wat wacht me daar. In ieder geval Iftach, bij wie ik twee weken zal logeren. Maar ook Yair, Ayelet, Alva, Nir en al die andere interessante mensen die ik in India ben tegengekomen. Het voelt alsof het zo moet zijn. Alsof ik altijd al naar Israel heb moeten gaan. Klinkt misschien gek maar alles werkt samen om me te laten gaan. Ik heb een goedkope ticket gevonden, terwijl de prijzen in eerste instantie allemaal 200 euro hoger lagen, Iftach heeft op hetzelfde moment een appartement gevonden (een van de voorwaarden om te kunnen komen) en mijn geld is alsnog vrijgvallen waardoor ik ruim 700 euro meer heb.
Het beloofde land, Jeruzalem, de klaagmuur, de sinaii, zee, zon, zand, Tel Aviv, kiboetses en Iftach... Ik heb er zin in